Pluisje in de wind

Het water sluit zich om me heen en ik neem alles in me op. De late herfstachtige zonnestralen, de bomen met hun vale groenbruine kleur en het riet dat al gele bladeren toont… de zomer is voorbij, een nieuw seizoen gaat beginnen. De wetsuit beschermt me tegen de eerste herfstkou van het water maar niet tegen mijn verdriet …niets houdt dat tegen. Mijn oog valt op een pluisje dat zweeft boven het water, opgetild en voortgedreven, de wind bepaalt haar weg. Ik staar het pluisje na dat zilverkleurig oplicht in de zon en bedenk me dat ik me zo voel, een pluisje in de wind…

 

Hoe zouden de bomen zich nu voelen, vraag ik me af? Zij moeten binnenkort afscheid nemen van hun bladeren, bladeren die hen leven hebben gegeven, kleur en voeding. Die zo aanwezig zijn geweest aan hun takken en straks zijn ze weg… Onzinnige vraag, ik weet het. Het is de kringloop, het hoort erbij, maar toch. ‘Rouwen, het gaat niet over loslaten, maar over het anders leren vasthouden’. Wijze woorden maar ze helpen me nu niet, ondanks al het water om me heen moet ik huilen. Plots een stem vanaf de wallekant: “Gaat het wel goed met je?” Oopsie, bezorgde mensen aan de waterkant! Zorg en aandacht voor elkaar, wat ontzettend fijn dat dat nooit stopt, al is het maar van bezorgde dorpsgenoten langs de vaart. Ik zwaai en zeg dat alles oké is. Hoe kan ik uitleggen dat ik me een pluisje voel in de wind nu mijn moeder er niet meer is, terwijl ik in een wetsuit midden op het water dobber?!

‘Rouwen is anders leren vasthouden’… Opnieuw kijk ik naar de bomen en naar de bladeren. Bladeren beginnen hun leven in het verborgene van de boomknop en vouwen zich in het voorjaar open als kleine prachtige kunstwerkjes. Deze groene kunstwerkjes zitten bommetje vol bladgroenkorrels en kunnen door het stofje chlorofyl licht vangen: lichtenergie opvangen. Het gevangen zonlicht, samen met opgezogen water en een beetje koolstofdioxide is voor de bladeren genoeg om lekkere glucose te maken en voeden daarmee de boom. Zo zorgen de bladeren voor de boom tot zij langzaam verkleuren, sterven en weg vliegen met de wind… Maar, daar houdt het niet op, het verhaal is nog niet uit. De schijnbare zielloze verschrompelde bladeren vormen een dik pakket met warmte tijdens guur winters weer voor planten-en boomwortels. Al die bladeren te samen vormen een knus thuis voor kriebelbeestjes en zelfs nadat het blad is vergaan blijft het de aarde voeden en verrijken. Gestorven, maar nooit helemaal weg, is wat nu bij me opkomt, als ik kijk naar herfstbladeren die om me heen in het water dwarrelen en als metaforen langs me drijven. Ik heb het leven gekregen en leerde thuis te zijn bij mijzelf, kleurrijk en warm. Door zorg en aandacht ben ik tot wasdom gekomen en zo veel liefde gekregen, een liefde die niet stopt bij sterven, waaraan ik genoeg heb om de rest van mijn leven van uit te blijven delen…

 

Ik hoor de bladeren ruizen in de wind, een lichte melodie van blijdschap, met liefde en dankbaarheid als onhoorbare basnoot op de achtergrond. Een geliefd gedichtje over herfstbladeren komt bij me op: ‘Geluisterd naar de regen, gefluisterd met de wind. Steeds mooier geworden, steeds voltooider, tenslotte sterk genoeg om los te laten, eeuwig genoeg om voorgoed te vergaan’. Dag Mam…

< Ga terug


Martine Dubois © 2026  BTW NL001975408B46 // Design en ontwikkeling CreatieveVrienden.nl